Catfights

Het is begonnen. Het hek is van de dam. Als ouders die hun kleuter voor het eerst het schoolplein op zien wandelen, een rugzakje dapper op de rug gehesen, moeten wij lijdzaam toezien hoe Liesje het echte buitenleven heeft ontdekt. De galerij is niet goed genoeg meer. De galerij is voor losers. Een beetje poes kent de route naar buiten. En Liesje heeft die nu ook geleerd.
Ik wijt het aan foute vrienden. Daar is alle ellende mee begonnen. Al sinds vorig jaar zomer hangt Liesje regelmatig rond in de flat met frenemy Angie, het poezenequivalent van het stoerste meisje van de klas. Angie is lang en dun, altijd buiten en voorzien van een spierwit vachtje dat inmiddels grauwe vlekken begint te vertonen van alle tijd die ze in de struiken en onder auto's doorbrengt. Qua krengerigheid zijn de dames aan elkaar gewaagd, en daarom draaien ze regelmatig mauwend en grommend om elkaar heen, of loeren ze naar elkaar vanuit verdekt opgestelde posities.
Bij een van die loersessies heeft Liesje waarschijnlijk gezien hoe Angie via een opening in het trappenhuis op de eerste verdieping via een houten kozijn naar beneden sprong, de straat op. Nu kan ik natuurlijk niet achterblijven, moet ze hebben gedacht. En ik maar zoeken. Uiteindelijk trof ik beide poezen aan bij de ingang van het trappenhuis aan. Liesje mauwde beduusd tegen de dichte deur, terwijl Angie een beetje minachtend toekeek.
Liesje hobbelde opgelucht voor me uit naar boven en ging daar met een vuurrood neusje hijgend liggen bijkomen van haar avontuur. Om nog geen uur later alweer naar beneden te willen springen. Het buitenleven lonkte. En ik wist: nu is er geen houden meer aan.
Liesje had echter geen rekening gehouden met het feit dat niet iedereen deze uitbreiding van haar territorium zou accepteren. Angie is lang niet de enige met wie ze het gebied rondom de flat moet delen. Op de begane grond huist een pikzwart gevaarte met een ongetwijfeld schattig poezennaampje, maar dat ik hier even zal aanduiden als De Zwarte.
De Zwarte heeft zijn/haar eigen plankje om het huis binnen te klimmen, maar hangt desondanks graag rond bij de ingang van de flat, slijmjurkend bij iedereen die naar binnen of naar buiten gaat. Mensen die hun fiets op slot zetten worden schaamteloos belaagd door een rollebollende kat die leeft op aandacht, aandacht en nog eens aandacht. Ik denk dat De Zwarte zichzelf een beetje ziet als het boegbeeld van de flat. En daarvan kunnen er geen twee zijn. Aangezien Angie van nature redelijk contactgestoord is, ziet De Zwarte in haar geen bedreiging. Maar Liesje krijgt er ongenadig van langs.
En zo kwam het dat ik gisteren haastig mijn bordje macaroni en mijn tijdschrift in de steek liet omdat er vanaf de straat opeens een hels gekrijs opsteeg. Toen ik naar beneden keek, zag ik Liesje hulpeloos op haar ruggetje op straat liggen, pootjes verdedigend geheven, terwijl De Zwarte dreigend op haar neerkeek. Dit is nou eenmaal de natuur, hield ik mezelf voor. Niet ingrijpen, het zijn tenslotte geen mensen, ze lossen het op hun eigen manier op. Maar toen ik een paar minuten later een geluid hoorde dat nog het meest leek op een kat (mijn kat!) die in tweeën werd gebeten, kon ik me niet meer inhouden en haastte ik me naar beneden.
Ik trof een angstige Liesje aan, weggekropen in het onderstel van een oranje bouwcontainer. In de verte zag ik nog net De Zwarte zelfvoldaan wegschrijden. Punt gemaakt, klus geklaard. Liesje sjokte vernederd achter me aan naar boven. Misschien verbeeldde ik het me, maar het leek alsof ze een beetje hinkte. Ook kleefde er een grote pluk haar aan haar bekje en vertoonde haar vachtje diverse losse plukken. Ze was ook niet meer zo wit als eerst. Opeens leek ze grauw te worden, net als Angie.
Het liefst had ik haar in bad gedaan en haar in een grote roze handdoek gewikkeld en haar voortaan altijd binnen gehouden om haar te behoeden voor dit soort nare ervaringen. Maar die horen erbij. Ze likt haar wonden, blijft een dagje binnen om bij te komen van de schrik, maar binnenkort zal ze ongetwijfeld weer op het strijdtoneel verschijnen. Tja. Ik kan er maar beter aan wennen.

22 May 2011
By on 14:05
A picture a day…

Ik heb het gedaan in mijn lunchpauze, in mijn panty op mijn knieën in het gras. Ik heb het gedaan in de brandende zon en in de sneeuw. Op mijn werk en thuis. Bij anderen thuis. Op de fiets, soms zelfs terwijl ik aan het fietsen was. In winkels. Op het strand. In de trein. En een heel enkele keer, als ik er net op tijd aan dacht voor het slapengaan, in bed.
Iets meer dan een jaar geleden struinde ik rond op internet en kwam ik het tegen: 365 project. Deelnemers schrijven zich in op de website en nemen vanaf dat moment een jaar lang iedere dag een foto. Van hun eten, van hun outfit, van hun pasgeboren baby of van hun zelfgeknutselde kartonnen minirobots. Alles mag, als je maar ergens een foto van maakt.
Ik hou van dit soort projecten, dus ik was meteen enthousiast. Als je gek genoeg bent om in een maand 50.000 woorden te schrijven (NaNoWriMo), ben je ook gek genoeg om een jaar lang elke dag een foto te maken. Natuurlijk had ik meteen kunstzinnige aspiraties: ik zou niet zomaar elke dag een foto maken, nee, elke dag moest ik een pareltje fabriceren, een nieuwe kijk op een alledaagse situatie. Het zou geweldig zijn! Ik zou heel goed worden! Ik zou er na dit jaar misschien gewoon mee doorgaan, verslaafd aan fotografie, met een hele schare fans! Berend, die de uitdaging samen met mij aan zou gaan, was gelukkig iets nuchterder: "Zie nou eerst maar eens dat je het een jaar volhoudt."
Wijze woorden. De eerste twee maanden was ik iedere dag toegewijd bezig met het maken van fantastische foto's. Ik ging met een nieuwe blik naar de wereld kijken en zag overal mooie dingen. Ik stapte regelmatig van mijn fiets om ergens een foto van te maken, zelfs als ik me daarvoor in het openbaar in vreemde bochten moest wringen. Ik experimenteerde met het bewerken van foto's. Ik leerde hoe ik van een teleurstellende foto toch nog iets moois of tenminste iets acceptabels kon maken. Maar langzaam maar zeker ging het nieuwtje eraf en werd het maken van een foto een dagelijkse verplichting. Niet altijd iets waar ik zin in had. Soms heb je gewoon geen inspiratie of kom je een paar dagen lang niets moois of nieuws tegen. En dan draait het puur om de kunst van het volhouden. Dan is een jaar opeens lang.
Maar mijn verzameling foto's groeide. Ik werd er wat bedrevener in en legde de lat wat minder hoog. Ik vond het al heel wat dat ik, eersteklas luiwammes en stiekem best een quitter, dit volhield. Het werd meer een fotodagboek dan een kunstzinnig project. En dat is prima. Want nu is het precies een jaar na onze startdatum en heb ik 365 foto's van mijn leven, een jaar lang. Van vier seizoenen. Van Liesje, die op de foto's langzaam transformeert van puber tot volwassen huispoes. Van mooie dingen die ik op straat heb gezien. Van mijn lievelingskleren. Van vakanties en uitjes. Dat is nu al leuk en over een paar jaar nog leuker.
Het is raar dat ik vandaag geen foto hoef te maken. Ik heb al een paar keer gedacht: O, dat is misschien leuk voor mijn foto van de dag… o nee! Ik zou natuurlijk alsnog een foto kunnen maken. Maar dat doe ik niet. Het was leuk, maar ik ben blij dat het even niet meer hoeft. Misschien doe ik het ooit nog wel een keer. Maar voorlopig is heb ik alle fotografeerbare zaken die mijn leven biedt wel even uitgebuit.
Tot slot, nog even een paar hoogtepunten.

Een van mijn best geslaagde foto's, genomen op 19 mei op een veldje vlakbij mijn toenmalige werk in Papendorp:

2010-05-19

Een van mijn mooiste foto's van Liesje, genomen op 7 augustus in mijn bed:

2010-08-07

Een voorbeeld van wat je met bewerken kunt doen, foto van onbekende jongens, genomen in Parijs op 26 augustus:

2010-08-26

Een van mijn favoriete foto's van Berend, die wel altijd hele kunstzinnige foto's wist te maken:

Kleinbloempje

Een foto die Berend uiteindelijk niet gebruikt heeft, wat ik erg jammer vind, want ik vind 'm geweldig:

Liesjeenangie

Mijn 365 project is hier te bekijken. Berends 365 project is hier te bekijken.

1 May 2011
By on 15:04
Cruisin’

Ik wring me in een rare bocht om even uit het raam te kunnen kijken. Staat hij er nog? Jazeker, hij staat er nog! Die stoere, witte Mazda 323F die onder mijn raam geparkeerd staat, is van mij. En van Berend. En dat laatste is maar goed ook, want hoewel ik goed op weg ben, heb ik nog steeds geen rijbewijs. En met zo'n auto voor de deur is het toch wel handig als er tenminste iemand in kan rijden.
Dat doet Berend dus. Berend is een beetje mijn chauffeur de laatste weken. Hij heeft me naar Ikea gereden en me opgehaald van mijn werk (waarbij we er helaas achter kwamen dat mijn fiets alleen achter de in de auto past als je het voorwiel losschroeft). En we maken leuke tochtjes: vorige week gingen we naar het Openluchtmuseum in Arnhem en vandaag zijn we naar de Loosdrechtse plassen geweest. Een beetje decadent en niet bepaald milieubewust, maar hé, dit zijn de wittebroodsweken van onze verhouding met onze auto, dus 't mag nog.
Toch betrap ik mezelf er vaak op dat ik verlangend naar de bestuurdersstoel zit te kijken. En dat ik, uit frustratie omdat ik zelf nog niet in onze mooie auto mag rijden, Berend ga zitten vertellen hoe ík iets aan zou pakken, als ik zou mogen rijden. Want ik kan natuurlijk heel goed rijden. Ik heb alleen nog even geen rijbewijs. Zei iemand ezel, zei iemand steen? Ik heb even niks gehoord. En om te bewijzen dat ik echt wel even onze auto kan besturen, heb ik Berend vandaag eindelijk weten over te halen om me een eindje te laten proefrijden op een verlaten stukje industrieterrein.
Ik doe natuurlijk alles goed: ik start de auto, zet 'm in z'n achteruit (want Berend is zo attent geweest om de auto voor me in een vak te parkeren waar ik meteen achteruit uit moet), laat de koppeling opkomen en geef rustig een beetje gas. De auto komt niet in beweging. Ik geef wat meer gas. Vroemmm! Maar de auto blijft staan waar hij staat. Berend ligt inmiddels dubbel op de bijrijdersstoel en gebaart hikkend naar de handrem. Oeps.
Ik rijd een paar keer heen en weer, oefen het keren en parkeren, maak snelheid en rem weer af, maar eigenlijk wil ik maar één ding: de weg op. Er is hier toch geen hond. Ik wil voelen hoe het is. Dus ik besluit een rondje te rijden. Dat gaat prima. Ik besluit nóg een rondje te rijden. En dan sta ik opeens oog in oog met een auto van een beveiligingsbedrijf. Die rijdt natuurlijk rond om te checken of alles hier rustig is. Officieel mogen hier namelijk helemaal geen auto's komen in het weekend, behalve bestemmingsverkeer, en dat zijn wij natuurlijk niet bepaald.
Kut. Oké, het is niet de politie. Maar het is iemand die de politie zou kunnen bellen. Hij zal zich nu al wel afvragen wat ik hier doe op zaterdag. En het is makkelijk te raden dat ik aan het rijden ben zonder rijbewijs. Ik weet opeens zeker dat het met witte letters op de voorruit gekalkt staat. En ik weet wat de politie hiervan zou vinden: als je wordt gepakt, kun je het afrijden wel even vergeten.
Hij komt uit een uitrit, ik kom uit een uitrit, de weg ligt tussen ons in. We staren naar elkaar. Ik sta al vedacht lang stil. Hij zal wel denken. Ik kan maar één ding doen: ik geef richting aan en rijd de weg op alsof er niks aan de hand is. Maar het wordt een rare, onzekere bocht en nu weet ik helemáál zeker dat hij het weet. Mijn zelfvertrouwen is als sneeuw voor de zon verdwenen. Ik mag helemaal niet rijden, help! In mijn binnenspiegel zie ik hem keren en ons nakijken. Het lijkt even alsof hij achter ons aan komt. Maar hij blijft alleen dreigend in onze richting gedraaid staan, en hij wordt gelukkig steeds iets kleiner. Hij ziet nog wel hoe ik de auto aan het eind van de weg parkeer en hoe Berend en ik van plek wisselen.
Ik ben een beetje stil als we wegrijden. Ik voel me een klein beetje vernederd. Ik heb bewezen dat ik best een auto kan besturen, maar zodra het een beetje lastig wordt, schiet ik nog steeds in standje Verwarde Bejaarde. Gelukkig heb ik nog wat lessen te gaan tot mijn examen. En tot die tijd heb ik gelukkig een fantastische chauffeur.

9 April 2011
By on 20:22
Vroem!

Sinds een maand heb ik weer rijles.Trouwe lezers herinneren zich misschien nog het relaas van de vorige serie lessen: ik beschouwde mezelf in eerste instantie als een gevaar op de weg, dat bleek gelukkig mee te vallen, ik raakte een beetje overmoedig, ik reed af, ik zakte, ik huilde, mijn instructeur overtuigde me ervan dat ik het kon, ik reed nog een keer af, zakte weer en was toen alleen maar heel erg blij dat ik geen geld had om het nog een derde keer te proberen. In a nutshell.
Bijna twee jaar lang beperkte mijn autorijden zich tot bijdehant meekijken vanuit de bijrijdersstoel, gewichtig de routebeschrijving voorlezen en te pas en te onpas opmerken dat ik zó in deze auto zou kunnen stappen en wegrijden, ik wist alles immers nog, dat merkte ik bij het meekijken. "Ik kan best autorijden, ik heb alleen geen rijbewijs."
Haha! Hahahahaha! Waarom bleef ik het maken van een afspraak voor een nieuwe serie rijlessen dan steeds voor me uitschuiven? En waarom kreeg ik zo'n raar gevoel in mijn maag toen ik eindelijk een rijschool belde en een montere mevrouw me direct inplande voor een rijles de volgende dag? Ik had twee jaar lang prachtige fantasieën gehad waarin ik soepeltjes met de lesauto de straat uit zou rijden en mijn nieuwe instructeur verbaasd zou vragen waarom ik in vredesnaam mijn rijbewijs nog niet had gehaald. Maar in werkelijkheid was ik zo zenuwachtig dat ik bijna vergat mijn gordel om te doen. Het keren van de auto moest volledig door een schuin over me heen hangende instructeur gedaan worden, want ik had werkelijk geen idee meer hoe dat hele keren ook alweer in zijn werk ging. In mijn fantasie hoefde dat ook nooit!
Toen ik eenmaal aan het rijden was, pakte ik het gelukkig redelijk snel weer op allemaal. Wat ik had gedacht was toch een beetje waar: al die handelingen zaten er nog gewoon in. Koppeling laten opkomen, gas geven, schakelen, weer langzaam afremmen, het voelde allemaal alsof ik het vorige week nog had gedaan. Ook het feit dat ik in een andere auto reed bleek veel minder uit te maken dan ik had gedacht. Maar mijn overmoedigheid was nog niet helemaal verdwenen: na een kwartiertje merkte de instructeur op dat ik wel kon rijden, maar dat ik reed als een jongetje van achttien. Wild en op de meeste stukken minstens tien kilometer te hard. Ik vond het stiekem ontzettend grappig dat hij dat zei. Ik als macho achter het stuur, geweldig!
Inmiddels ben ik vijf lessen verder en zit ik voor mijn gevoel alweer bijna op mijn oude niveau. Niet dat dat wil zeggen dat ik al zou kunnen afrijden. Daar ben ik nog lang niet klaar voor. En ik denk nu dat ik er eigenlijk nooit klaar voor ben geweest. Ook niet toen ik voor de tweede keer afreed. Tussen mijn eerste en mijn tweede examen zaten ook maar drie lessen, waarvan er niet één echt goed ging. En mijn instructeur schreef me tabletjes voor om "rustiger" te worden. Wat had ik verwacht?
Ik ben er dus nog lang niet, maar ik merk wel dat die twee jaar pauze effect hebben gehad. Ik ben nog steeds niet "rustig" maar ik zal nooit meer iets gaan slikken om het zogenaamd te worden. Ik merk beter bij mezelf wanneer ik niet rustig ben, en weet vaak ook precies waar dat aan ligt. En het belangrijkste verschil: twee jaar geleden wilde ik mijn rijbewijs, nu wil ik leren autorijden. Ik ga er waarschijnlijk weer angstaanjagende geldsommen tegenaan smijten, maar één ding weet ik zeker: ik ga niet afrijden voor ik er helemaal achter sta.

17 December 2010
By on 11:02
Ik ben er weer!

Mijn laatste blog schreef ik achter de receptiedesk van een zo goed als leeg kantoor, op een vrijdag in de zomer. Sinds die laatste blog is er heel wat veranderd. Het is geen zomer meer. Ik werk niet meer achter de receptie. En blogs schrijven is tijdens mijn werk tegenwoordig wel het laatste waar ik tijd voor heb. Na het schrijven van mijn vorige blog, waarin ik uitgebreid uit de doeken deed hoe rustig ik het wel niet had, kreeg ik het trouwens alsnog even heel druk. Dat zul je altijd zien. Iets met een cateringmedewerker die midden in het lunchuur naar huis ging omdat hij zei dat hij had overgegeven, terwijl kantoormedewerkers ondertussen baldadig alle etenswaren die niet over de datum waren zonder te betalen op hun dienblaadjes gooiden. Ik geloof dat ze daar nu een nieuwe cateringservice hebben. Maar toen had ik al een nieuwe baan.
Een nieuwe baan, jawel! Een functie met meerdere namen (redactieassistent, uitgeefcoördinator, P.A.) en een veelheid aan taken. Taken die ik allemaal onder de knie moest zien te krijgen de afgelopen maanden. Dat viel niet altijd mee. In welk excelbestandje hielden we dit nou ook alweer bij? We hadden hier toch ook een dikke map voor, maar welke? Aan wie moet ik dit in godsnaam vragen, en hoe kan ik dit het beste vragen zonder over te komen alsof ik geen idee heb waar ik mee bezig ben? Heb ik eigenlijk wel enig idee waar ik mee bezig ben?
Ik ben niet zo'n goede leerling. Dat wil zeggen: ik leer wel snel, maar ik leer iets té snel. Ik wil de leerfase eigenlijk zo snel mogelijk achter de rug hebben. Mijn moeder zei het al toen ik driftig probeerde een toren te bouwen van gekleurde kubusjes: "Jij wilt niet leren, jij wilt kunnen." Trouwe lezers herinneren zich misschien het relaas van mijn autorijles nog. Ja? Dat dus. Ging precies zo.
Maar inmiddels werk ik er twee maanden en langzaam maar zeker begin ik wat vaste grond onder te voeten te krijgen. Een beetje meer zelfvertrouwen. En daardoor ook een beetje minder zelfhaat als ik iets niet meteen weet. Omdat er tegenwoordig ook heel veel dingen zijn die ik wél weet. En daardoor begin ik het ook steeds leuker te vinden.
Dus ik heb weer ruimte in mijn hoofd om te schrijven. Deze blog, bijvoorbeeld. Maar ook een nieuw NaNoWriMo-verhaal. Jawel, ik ga deze maand weer zo idioot zijn om 50.000 woorden te schrijven. En nu niet naast een studie, maar naast een echte baan. Ik heb nog geen idee hoe ik het ga klaarspelen, maar ik heb wel zin om de uitdaging aan te gaan. Gewoon lekker schrijven voor de lol, zonder te malen om het resultaat. Gekkenwerk natuurlijk. En ik ben oprecht benieuwd of het me gaat lukken. Ik hou jullie op de hoogte…

31 October 2010
By on 21:36
De kleine pleziertjes

Je kunt bij mij op kantoor op het moment een kanon afschieten. Niet dat niemand het zou merken, maar de paar mensen die hier nog aan het werk zijn zouden je zeer dankbaar zijn voor de afleiding. Een vrijdag in de vakantieperiode: waarschijnlijk is dit een van de rustigste dagen van het jaar.
Collega's hebben een beetje medelijden met me, geloof ik. Het is misschien ook een enigszins treurig gezicht: een klein blond meisje in haar eentje achter de balie in een groot, leeg kantoor. Maar ik voel me helemaal niet treurig. Ik vind het niet zo erg dat het stil is. Sterker nog: ik vermaak me opperbest. Ik hou er wel van als het druk is, als ik in een lekker tempo bezig blijf met af en toe tijd voor een kop koffie tussendoor. Maar ik vind het ook niet erg als het rustig is en ik de tijd heb om dingen voor mezelf te doen en af en toe eens naar de keuken te kuieren voor een vers kopje sterrenmunt.
Een van de belangrijkste redenen daarvoor is dat ik schrijf als een trein hier. Ik ben bezig met een verhaal over een vakantie, dus ik ben niet alleen heel productief, maar hou ook nog een beetje het vakantiegevoel vast. Dan kan geen kwaad kan als je van alle kanten wordt overspoeld door Facebookupdates van vakantievierders in zonnige oorden die even aan het klootjesvolk in regenachtig Nederland willen melden hoe heerlijk het daar is. Terwijl ik zelf een van de weken dat het in Nederland het warmst was, heb doorgebracht in – nog regenachtiger- Engeland. Ik ga niet zeggen dat het niet een beetje steekt. Maar dat terzijde.
Een andere reden dat ik rust niet zo erg vind, is wat minder verheffend: ik zit gewoon graag op internet. Ik heb zo'n vast rijtje van sites dat ik iedere paar uur afga en het is leuk dat ik daar nu een aantal aan kan toevoegen. Zo heb ik de fantastische blog 1000 Awesome Things ontdekt, waarop iedere dag een stukje wordt geplaatst over de kleine pleziertjes in het leven. Zoals het goed raden van een wachtwoord dat je een hele tijd niet hebt gebruikt. Dingen oppakken met je blote voeten. Als een film zich afspeelt op een plek die je kent. Dat soort dingen.
Ook zijn Berend en ik begonnen met een wooninspiratieblog, wat betekent dat ik nu lekker de woonsites kan afstruinen op zoek naar leuke plaatjes. Zo heb ik vandaag al een snijplank in de vorm van een grote houten puzzel toegevoegd, en een vissenkom in de vorm van een modern flatgebouw (als je meer ruimte wilt voor je vis, kun je er meerdere gebouwen aan bouwen, hoe vet is dat!). Even reclame dus: Leuk voor thuis.
Ik hou dus eigenlijk een beetje vakantie op mijn werk. Het is een gekke tijd: iedereen weg, en over een week mijn laatste werkdag hier. Alles loopt een beetje af, en ik hou pauze voor een nieuw begin. Het is lekker, maar ik ben ook wel blij dat niet elke dag zo is. Net zoals al die vakantievierders waarschijnlijk niet de rest van hun leven op dat zonnige eiland willen blijven. Op een gegeven moment wil je gewoon weer een bruine boterham met kaas en een wandeling door een herfstig bos, toch? Ja toch, jongens…?

13 August 2010
By on 09:35
Olieramp

We hebben het de afgelopen maanden dankzij BP al gezien: olie kan een flink verwoestend goedje zijn. De afgelopen week heb ik zelf aan den lijve ondervonden hóe verwoestend. In mijn kleine eenpersoonshuishouden heeft zich een heuse olieramp voltrokken. De schade loopt gelukkig niet in de miljoenen en er zijn ook geen dieren overleden, maar ik ben weer een traumatische herinnering rijker. Eén ding weet ik zeker: als ik nog een keer de geur van zonnebloemolie ruik, ga ik gillen.
Het begon ongeveer een maand geleden. Ons logeerkatje Lotje bedacht op een nacht dat het wel leuk zou zijn om een fles zonnebloemolie over de gloednieuwe keukenvloer uit te gieten. Ik zag het pas toen ik 's morgens in allerijl een ontbijtje klaarmaakte, tien minuten voor ik de deur uit moest. In de gauwigheid smeet ik een aantal dweilen op het plasje, zodat het in ieder geval vast een beetje zou worden opgenomen. Huisgenoot Jort wierp zich die dag gelukkig op om de hele zooi weer schoon te maken. Het enige wat ik nog even hoefde te doen, was die dweilen in de was gooien. Dat kwam nog wel.
Ik ging op vakantie, kwam terug, ging nog een keer op vakantie, kwam weer terug en had toen bijna al mijn handdoeken verbruikt. Tijd voor een handdoekenwasje, en daar konden die dweilen, die inmiddels duidelijk een milde muffige geur van zonnebloemolie door mijn wasmand verspreidden, mooi bij. Ik gooide de hele verzameling in de wasmachine, wasmiddel erbij, en startte het programma van zestig graden. Twee uur later haalde ik de was eruit. Dat vind ik altijd een fijn moment, als ik al mijn warme, schone spulletjes weer terugzie, geurend naar wasmiddel en mijn favoriete wasverzachter met jojoba-extract. Maar nu… niets van dit alles. Uit de wasmachine walmde diezelfde muffe zonnebloemolielucht die ik al eerder had geroken. En al mijn was rook ernaar. Ironisch genoeg roken de dweilen zelf best schoon. Maar de geur had zich wel in al mijn schone handdoeken genesteld.
Nog onwetend van de gruwelijke vasthoudendheid van de oliegeur, haalde ik de boosdoeners eruit en stopte de rest van de was weer terug in de machine. Met een extra wasje zou het probleem wel verholpen zijn. Maar toen ik de machine later weer opendeed, rook ik nog steeds diezelfde smerige olielucht. Mijn handdoeken waren niet eens een klein beetje schoner dan na de eerste lading. Toen begon ik te vermoeden dat dit weleens heel vervelend zou kunnen worden.
Ik hing de handdoeken te drogen met de vage hoop dat de geur er vanzelf uit zou trekken als ik ze maar lang genoeg liet hangen. Het enige resultaat was dat een paar dagen later in het hele huis de vage geur van zonnebloemolie hing, en mijn handdoeken stonken onverminderd voort. Ik waste ze nog een keer – aan de wasmachine lag het niet, die rook vanbinnen wél lekker naar wasmiddel – en hing ze dit keer buiten te drogen. Ik liet het rekje dagenlang in weer en wind op de galerij staan. Sommige handdoeken gingen er een klein beetje op vooruit, maar je zou je er nog steeds niet bepaald mee willen afdrogen. Twee handdoeken, die ik in de kast had gelegd omdat ik dacht dat het daarmee wel meeviel, hadden de paar handdoeken die ik nog wel in de kast had liggen, besmet. In iedere handdoek die ik bezat, hing inmiddels in meerdere of mindere mate de geur van zonnebloemolie.
Gisteren heb ik, na een week verwoed wassen en weer drogen, de hoop opgegeven dat het ooit nog wat wordt met mijn handdoeken. Leermoment: als zo'n geur er eenmaal in zit, gaat die er dus Nooit Meer Uit. Ik heb een vuilniszak gepakt en alle vettige, naar zonnebloemolie stinkende vodden erin gegooid. Gelukkig zijn handdoeken op het moment in de aanbieding bij de Hema. Ik denk dat ik daar zometeen maar even heen ga, want die theedoek bleek vanmorgen toch niet zo'n succes.

26 July 2010
By on 10:42
Hoera… WK

Toen ik vanmorgen naar mijn werk fietste had ik de nogal vreemde associatie met dat drinkspelletje waarbij je een flinke slok moet nemen als je iets bepaalds ziet, bijvoobeeld een kleurling op televisie. Dit kwam door de opvallende hoeveelheid oranje objecten die ik tegenkwam. Als ik voor ieder oranje object een slok had moeten nemen uit, zeg, een fles wijn, zou ik katjelam op mijn werk aankomen. Of, waarschijnlijker, halverwege de Prins Clausbrug van mijn met lege flessen wijn beladen fiets kukelen en twee dagen later wakker worden in het ziekenhuis. Het is maar goed dat ik nooit drinkspelletjes doe op weg naar mijn werk.
Want, om het even fijn Telegraafachtig te zeggen: Nederland kleurt oranje. Oranje vlaggetjes. Oranje knuffelleeuwen. Oranje aangeklede poppen (die vind ik eng). In de supermarkt heb je een heel schap met oranje producten die allemaal naar genetisch gemanipuleerde sinaasappelen smaken. Dat kan ik allemaal nog tolereren. Wat ik daarentegen heel, heel erg vind, zijn de oranje vuvuzela's.
Het woord alleen al. Een paar maanden terug had niemand nog van de vuvuzela gehoord. Nu heb ik mensen al horen zeggen dat 'vuvuzela' misschien wel Het Woord Van 2010 wordt. Dit Zuid-Afrikaanse muziekinstrument laat zich dan ook flink gelden. Ook al heb je nog nooit het geluid van een vuvuzela gehoord, zodra iemand zo'n kreng aan zijn mond zet weet je: dit kan niet anders dan een vuvuzela zijn. Het is namelijk een enorm irritant, hard, zeurderig geluid dat je normaal eigenlijk nooit hoort. Zelfs niet tijdens een WK, en dat zegt toch wel wat. Van mij mogen ze de vuvuzela direct met kracht naar binnen duwen bij iedereen die het nodig vindt erop te blazen, vooral na elf uur 's avonds.
Wat ik stiekem dan wel weer leuk vind, zijn de beesies van Albert Heijn. Voorbestemd om een rage te worden, en daarom eigenlijk bij voorbaat al stom, maar toch heeft het beesie voor mij iets onweerstaanbaars. Ze doen me denken aan Twisty, een gehypet speeltje waar ik mijn moeder om gesmeekt heb toen ik zes was. In de reclame leek het alsof Twisty geheel zelfstandig allemaal leuke kunstjes kon. In werkelijkheid bleek dit natuurlijk iets ingewikkelder te liggen en kwam het erop neer dat Twisty zich alleen een beetje apatisch liet voortslepen aan zijn zogenaamd onzichtbare draadje. Toch vervult zijn iets grotere look-a-like me met nostalgie.
We zijn er dus weer bij, en naar verluidt is dat pri-hi-ma. Afgezien van mijn diepgewortelde haat jegens vuvuzela's, stiekeme vertedering voor de beesies en verwondering over de hoeveelheid oranje-heid op straat gaat het allemaal een beetje langs me heen dit jaar. De eerste wedstrijd van Nederland heb ik zelfs compleet gemist. Maar ik geloof dat ik er aanstaande zaterdag toch echt niet meer omheen kan. Ik heb al toegezegd dat ik mijn vriendinnen ga vergezellen bij het kijken. Ik zal een product met sinaasappelsmaak meebrengen. En als het onverhoopt toch saai is, maak ik er wel een drinkspelletje van.

16 June 2010
By on 10:05
Help, ik wil een smartphone!

De aanschaf van een nieuwe mobiele telefoon wordt bij mij volledig gebaseerd op liefde op het eerste gezicht. Het moet klikken. En niet zomaar een beetje, zo van "ja, we konden het wel met elkaar vinden geloof ik". Er moet een duidelijke, onmiskenbare, luid hoorbare en voelbare klik zijn, zo’n klik waardoor je direct weet: ja, jou kan ik absoluut twee jaar lang elke dag in iedere denkbare tas en broekzak bij me dragen.
Met mijn huidige telefoon, een wit met paarse Sony Ericsson CyberShot, had ik die klik. Ik zag ‘m liggen en wist: jij moet het worden. Van tevoren grapte ik nog tegen Berend dat ik misschien wel een Iphone zou nemen, al was het alleen maar omdat ik ongeveer de laatste zou zijn van wie mensen dat zouden verwachten. Maar ik wist dat een Iphone voor mij geen optie zou zijn. Ik koesterde namelijk een diepgewortelde haat tegen touchscreens. Een gewone knopjestelefoon moest het worden. Hoewel deze aanwinst natuurlijk helemaal geen gewone telefoon was, maar de prachtigste, handigste telefoon ooit. Met een klepje dat je naar beneden kunt schuiven zodat de camera tevoorschijn komt!
Tien maanden lang was ik innig tevreden met mijn telefoon. Maar nu is er een gevaarlijke kaper op de kust gekomen: de nieuwe HTC Legend van Berend. Heeft dan wel een touchscreen, maar dat had ik ‘m eigenlijk direct vergeven. Want hij is zo mooi, en vooral: zo handig. Niet gewoon een telefoon, maar een klein computertje. Met een felgekleurd beeldscherm dat soepel onder je vinger doorglijdt, een keur aan handige apps en allemaal leuke spelletjes, zoals eentje waarbij je zoveel mogelijk vijandige robotjes moet neerzetten om op langsrennende soldaatjes te schieten.
Ik schoot zoveel soldaatjes af dat ik Berends highscore verbeterde en een verboden liefde ontwikkelde voor zijn nieuwe telefoon. Opeens betrapte ik mezelf erop dat ik op internet zat te kijken of ik met mijn huidige abonnement misschien al over kon naar zo’n smartphone. Ik voelde mezelf een jaloerse kleuter: wat jij hebt wil ik oooooook! Mijn eigen telefoon lag er een beetje verloren naast. Die klik voelde ik niet meer zo.
Maar mijn Cybershot heeft een belangrijk geheim wapen. Dat ene klepje. Dat je soepeltjes naar beneden kunt schuiven. En dat de camera er dan uit komt piepen, tegen een achtergrond van diep donkerpaars plastic. Heerlijk. Handig bovendien: waar ik ook ben, ieder moment kan ik in een handomdraai mijn telefoon pakken, het klepje openschuiven en een foto nemen. Dat doet geen app mijn telefoon na. Hoewel, waarschijnlijk ook wel. Maar ik heb besloten dat ik toch nog maar even tevreden moet zijn. Zo lang ik nog intens kan genieten als ik het klepje openschuif en de camera tevoorschijn komt, is het nog geen tijd voor een nieuwe telefoon.

19 May 2010
By on 13:59
Dag des oordeels

Ik lag nog een beetje te doezelen vanmorgen, toen ik het opeens weer wist. ‘Dat is waar ook!’ zei ik, terwijl ik Berend aanstootte, die slaperig één oog opende. ‘Vandaag is de uitslag van Het Beste Manuscript 2009!’ Eigenlijk wilde ik meteen uit bed springen en naar mijn computer hollen, maar het was nog erg vroeg, dus ik wist me in te houden. In plaats daarvan bleef ik nog even liggen piekeren. Ik betrapte mezelf er namelijk op dat ik eigenlijk hoopte dat ik niet had gewonnen.
Natuurlijk, het zou fantastisch zijn als ze mijn manuscript (dat de meeste lezers kennen als 2005-2006) zouden willen uitgeven. Maar ik ben ook net een week geleden zelf bij een uitgeverij aangenomen als redactieassistente. Ten eerste zou dat veel te veel geluk zijn in zo’n korte tijd, ten tweede weet ik helemaal niet hoe handig het nou eigenlijk is om je boek te laten uitgeven door de ene uitgeverij terwijl je bij de andere gaat werken. Ik kwam dus tot de conclusie: mijn grote droom past op dit moment eigenlijk niet in mijn leven. En ik was er helemaal niet rouwig om. Omdat er net een ándere grote droom is uitgekomen.
Op een gegeven moment hield ik het natuurlijk niet meer uit en pakte ik mijn laptop, waarmee ik terug in bed kroop. Ik scande de lijst namen op de site. Ik stond niet bij de winnaars. Niet eens bij de tien winnaars van de vijfde prijs. Dat stelde me toch wel een klein beetje teleur. Niet dat ik nou zo graag een gesigneerd boek van Renate Dorrestein wilde winnen, maar een klein beetje meer erkenning was toch leuk geweest.
Ik kon het niet laten om een aantal winnaars te bekijken, en ik had heel wat aan te merken op hun fragmenten. ‘Dít hebben ze verkozen bóven mij?!’ Maar daar was misschien toch een heel klein beetje jaloezie in het spel.
Zodra ik mijn laptop had dichtgeklapt maalde ik er eigenlijk niet meer om. Er komt wel weer eens een nieuwe gelegenheid en tot die tijd heb ik genoeg andere spannende dingen te doen, zoals beginnen met mijn eerste echte baan. En wat ook leuk is: omdat ik wel bij de beste honderd deelnemers hoor, heb ik vanaf vandaag een eigen webpodium op de site van Het Manuscript. Dat vind je hier!

30 April 2010
By on 19:27